Op deze pagina
Wat de Cycladen zijn en waar de naam vandaan komt
De Cycladen (Grieks Κυκλάδες, Kykládes) zijn een eilandengroep in de Egeïsche Zee, ten zuidoosten van Athene, en binnen onze Griekse bestemmingen de groep met de meeste eilanden: ongeveer 220, waarvan er ruim twintig bewoond zijn. De naam komt van het Griekse kyklos, cirkel. Voor de oude Grieken vormden de eilanden een ring rond Delos, het heilige eiland waar volgens de mythe Apollo geboren werd; tegenwoordig is Delos een onbewoond opgravingseiland op de werelderfgoedlijst.
Witte dorpen met blauwe luiken en koepels, droge heuvels met stapelmuurtjes, windmolens en kapellen: dat is het landschapsbeeld waar deze eilanden binnen Griekenland om bekendstaan. Onderling verschillen de eilanden flink. Naxos is het grootste en met de berg Zas van 1.004 meter ook het hoogste, Ermoupoli op Syros is de hoofdplaats van de groep, en Milos en Santorini zijn vulkanisch. Santorini hoort geografisch bij de Cycladen; als grote bestemming heeft het op deze wiki een eigen pagina.
Zo liggen de Cycladen op de kaart
De eilanden liggen op de kaart in een paar rijen, en die rijen komen overeen met de veerlijnen vanaf het vasteland. De westelijke rij loopt van Kea en Kythnos, vlak bij de haven van Lavrio, via Serifos en Sifnos naar Milos en Kimolos. De noordelijke rij hoort bij de haven van Rafina: Andros, Tinos en Mykonos. De drukste as vertrekt uit Piraeus en rijgt Syros, Paros, Naxos, Ios en Santorini aaneen, met oostelijk daarvan Amorgos en de Kleine Cycladen rond Koufonissia.
Voor je reisplanning is die indeling handig: eilanden op dezelfde lijn combineer je met korte oversteken, en wil je van de ene lijn naar de andere, dan stap je meestal over op een knooppunt als Paros, Naxos of Syros. Vanaf Athene duurt de overtocht, afhankelijk van het eiland en het soort boot, van ongeveer tweeënhalf uur naar Syros tot acht uur naar Santorini.
Vakantie op de Cycladen: zo kies en reis je
Veerplanners adviseren voor een vakantie op de Cycladen twee tot vier eilanden per reis, en de routes die zij noemen volgen meestal één lijn: Mykonos, Paros, Naxos en Santorini over de centrale as, of het rustigere rijtje Serifos, Sifnos en Milos in het westen. De eilanden verschillen sterk van karakter: Mykonos is bekend om het uitgaan, buureiland Tinos om de bedevaart en de bergdorpen, en Paros en Naxos hebben zowel stranden als veel doorgaande boten.
Zes eilanden hebben een eigen vliegveld (Mykonos, Santorini, Paros, Naxos, Milos en Syros), maar de meeste reizigers vliegen op Athene en varen verder vanaf Piraeus, Rafina of Lavrio; er varen ook boten vanaf Kreta. Houd rekening met de meltemi, de droge noordenwind die tussen half mei en half september kan opsteken, in de middag het sterkst is en soms windkracht 7 à 8 haalt: snelle catamarans lopen dan vertraging op of vallen uit, grote veerboten varen het langst door. In juli en augustus zijn de boten het drukst; leg die enkele weken vooruit vast. Zoek je een groen, bebost eiland, dan zit je buiten deze droge groep beter, bijvoorbeeld op Samos in de oostelijke Egeïsche Zee.