Naar de inhoud
Cultuur · Mythologie

Pan, de bokgod van de bergen

Pan is de Griekse god van herders, kudden en de wilde bergen, met Arcadië op de Peloponnesos als kerngebied. Hij heeft bokkenpoten, twee horens en een rietfluit, en hij jaagt mensen plotselinge schrik aan. De Homerische hymne aan Pan noemt Hermes als zijn vader. Twee dingen uit zijn verhaal gebruiken we nog elke dag: de panfluit en het woord paniek.

Gepubliceerd op 4 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
Antieke afbeelding van Pan.
Foto: Jebulon, CC0, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Werkterrein
Herders, kudden, bergen en bossen
Vader
Hermes, volgens de Homerische hymne aan Pan
Kerngebied
Arcadië, het bergland van de Peloponnesos
Uiterlijk
Bokkenpoten, twee horens, ruige haardos
Instrument
De syrinx, bij ons de panfluit
Nalatenschap in het Nederlands
Paniek en panisch

Een god met bokkenpoten uit het bergland Arcadië

Binnen de Griekse mythologie heeft Pan een klein werkterrein: herders, kudden en de bergen waar die kudden grazen. De Homerische hymne aan Pan beschrijft hem met bokkenpoten en twee horens, ruig en ongekamd, lachend, zwervend over sneeuwtoppen en beboste hellingen. Hij jaagt op wild, danst met nimfen bij bergbronnen en speelt zacht op een rietfluit. Zijn vader is Hermes, die volgens dezelfde hymne verliefd werd op een dochter van Dryops; bij de geboorte sloeg de voedster op de vlucht toen ze het kind zag.

Pan hoort daarmee niet bij de grote namen uit de Griekse goden. De hymne laat Hermes zijn zoon wel aan het godenhof op de Olympus zien, maar zijn eigen plaats is het bergland zelf: grotten, bronnen en weiden. Zijn oudste verering zit in Arcadië, het bergland van de Peloponnesos. De reisschrijver Pausanias bezocht in de tweede eeuw na Christus een heiligdom van Pan op de berg Lykaion, met een heilig bos eromheen en een renbaan ervoor waar vroeger de Lykaïsche spelen werden gehouden. Op diezelfde berg wezen de Arcadiërs de plek aan waar Zeus zou zijn opgegroeid, en niet op Kreta.

Waar komt de naam Pan vandaan?

De hymne verklaart de naam zelf: de goden noemden het kind Pan omdat het hen allen genoegen deed, en het Griekse πᾶν betekent inderdaad alles. Die uitleg is oud en staat ook nog in Nederlandse etymologische woordenboeken, maar het is een verklaring achteraf. Een god van alles is Pan nooit geweest; zijn taak bleef bij de herders en de bergen.

Bij woorden die met pan- beginnen, is het verschil de moeite waard. In panorama en pandemie zit het Griekse woord voor alles: alles zien, alles wat volk is. In paniek zit de god zelf. Meer van zulke naamsporen, van godennamen tot hedendaagse voornamen, staan bij Griekse namen.

De panfluit en de nimf Syrinx

Het bekendste verhaal over Pan verklaart zijn instrument. Ovidius vertelt het in de Metamorfosen: op de koude Arcadische hoogten bij Nonacris woonde de naiade Syrinx, die haar maagdelijkheid aan de jachtgodin had gewijd en zo op Artemis leek dat ze voor haar werd aangezien. Pan, met een krans van scherpe pijnnaalden om zijn hoofd, zag haar afdalen van de Lykaion en sprak haar aan; zij sloeg zijn woorden af en vluchtte tot de rustige, zanderige rivier Ladon haar tegenhield. Daar vroeg ze haar zusters, de waternimfen, haar te veranderen. Pan greep toe en hield moerasriet in zijn handen. Toen hij erin zuchtte, maakte de wind in het riet een dun, klagend geluid. Hij bond ongelijke stengels met was aaneen en gaf het instrument de naam van het meisje: syrinx is in het Grieks nog gewoon het woord voor fluit. Bij Ovidius wordt dit verhaal verteld door Hermes, de vader van Pan, terwijl hij de honderdogige wachter Argus met diezelfde fluit in slaap speelt.

De fluit komt verderop in de Metamorfosen nog een keer terug. Pan meet zijn riet dan met de lier van Apollo, met de berggod Tmolus als scheidsrechter. Pan verliest, en als koning Midas het oordeel onrechtvaardig noemt, geeft Apollo hem de oren van een ezel.

Van schrik in de bergen naar het woord paniek

Aan Pan danken we het woord paniek. De Grieken spraken van deima panikon, schrik die van Pan komt: het plotselinge, redeloze angstgevoel dat een mens in een lege bergstreek kan overvallen. Via het Franse terreur panique kwam dat bij ons terecht. In het Nederlands is paniquen vreese voor het eerst opgetekend in 1675, panique als los woord in 1824 en paniek in 1858; panisch kwam eerder binnen, rond 1726, via het Duits.

Hoe Pan van Arcadische herdersgod tot Atheense staatsgod werd, vertelt Herodotus. Vlak voor de slag bij Marathon stuurde Athene de beroepshardloper Philippides, vaak Pheidippides genoemd, naar Sparta om hulp te vragen. Op de berg Parthenion boven Tegea kwam hij Pan tegen, zo meldde hij na terugkomst. De god riep hem bij zijn naam en vroeg waarom de Atheners geen aandacht aan hem besteedden, terwijl hij hun al vaak goed had gedaan. De Atheners geloofden het en richtten onder de Akropolis een heiligdom voor Pan in, met jaarlijkse offers en een fakkelloop.

De grote Pan is dood

Van Pan is ook een bericht over zijn dood bewaard. Plutarchus geeft het door in zijn verhandeling over het verstommen van de orakels; hij hoorde het van zijn eigen leraar Epitherses. Die voer naar Italië toen de wind bij de Echinaden wegviel en het schip bij Paxos terechtkwam, het kleine Ionische eiland. Vanaf het eiland riep een stem de naam van Thamus, de Egyptische stuurman, met de opdracht ter hoogte van Palodes te melden dat de grote Pan dood was. Thamus deed het, en de passagiers waren verbijsterd.

Bij Plutarchus staat die anekdote in een gesprek onder vrienden over de vraag of halfgoden kunnen sterven, en wat dat zou betekenen voor orakels die niet meer spreken. Dat de uitroep later werd gelezen als het einde van de antieke godsdienst, is een duiding van lezers na hem. In de Griekse cultuur zijn de panfluit en het woord paniek er in elk geval nog steeds.

Veelgestelde vragen

Is Pan hetzelfde als de duivel?

Nee. In de Griekse bronnen is Pan een herdersgod die mensen kan laten schrikken, en in de antieke teksten is hij geen tegenstander van het goede. De verwarring komt van het uiterlijk. Horens, bokkenpoten en een baard horen bij Pan en bij de saters, en diezelfde kenmerken duiken later op in Europese duivelsvoorstellingen. Die gelijkenis in de beeldtaal verklaart de verwarring; in de verhalen zelf hebben ze niets met elkaar te maken.

Wat is het verschil tussen Pan en een sater?

Pan is één benoemde god met een eigen verering, afkomst en cultusplaatsen; saters zijn een naamloze groep wilde natuurgeesten die als meervoud optreedt. De antieke bronnen houden ze ook uiteen: in het verhaal van Syrinx bij Ovidius ontloopt de nimf eerst meermaals de saters die haar nazitten, en pas daarna komt Pan haar tegen. Dat Pan er in de beeldende kunst op lijkt, komt doordat hij in dezelfde bergwereld thuishoort en dezelfde bokachtige kenmerken heeft.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Mythologie

Pegasus

Het gevleugelde paard uit de Griekse mythologie: geboren uit Medusa, getemd door Bellerophon en drager van de bliksems van Zeus.

Cultuur · Mythologie

Medusa

De sterfelijke gorgo met slangenhaar: haar blik versteende, Perseus onthoofdde haar en haar gezicht werd een Grieks beschermteken.

Cultuur · Mythologie

Griekse goden

Wie de Griekse goden zijn, wat hun domein is en waarom Atlas, Ajax en Herakles er niet bij horen.

Bestemmingen · Plaats

Olympus

Hoogste berg van Griekenland, 2.918 meter, op de grens van Thessalië en Macedonië en godenzetel uit de mythologie.

Cultuur · Taal

Griekse namen

Hoe Griekse namen worden doorgegeven, welke vormen op papier staan en waarom de naamdag meetelt.