Op deze pagina
- Periode
- late bronstijd, ongeveer 1700 tot 1100 voor Christus
- Hoogtepunt
- vijftiende tot dertiende eeuw voor Christus
- Kerngebied
- Peloponnesos en Midden-Griekenland, vanaf ongeveer 1450 voor Christus ook Kreta
- Belangrijkste burchten
- Mycene, Tiryns, Pylos, Thebe, Midea, Orchomenos
- Naamgever
- Mycene, op de Argolische vlakte in de Peloponnesos
- Schrift
- Linear B, ontcijferd in 1952
- Taal
- Myceens Grieks, de oudste vastgelegde vorm van het Grieks
- Heerser
- de wanax, met zijn troonzaal in de megaron
- Einde van de paleizen
- verwoestingen tussen ongeveer 1250 en 1190 voor Christus
Wat was de Myceense beschaving?
Wie bij de Griekse oudheid aan Athene en Sparta denkt, slaat een hele beschaving over. De Myceense beschaving is de bronstijdfase van de Griekse geschiedenis: paleizen en vestingen op het vasteland, ruwweg van 1700 tot 1100 voor Christus. Tussen de ondergang van die paleizen en de opkomst van de stadstaten van het oude Griekenland liggen nog zo'n vier eeuwen, de periode die vaak de Griekse donkere eeuwen wordt genoemd.
De beschaving heeft geen eigen naam voor zichzelf nagelaten. Archeologen noemden haar naar Mycene, de burcht op de Argolische vlakte in de noordoostelijke Peloponnesos die het grootste gebied beheerste. Dat de bewoners Grieks spraken, weten we uit hun eigen administratie: die is geschreven in een oude vorm van het Grieks. De taal van de Griekse cultuur is dus een stuk ouder dan de tempels en theaters uit de klassieke periode.
Burchten, muren en koepelgraven
Het meest zichtbare dat de Mycenen nalieten zijn hun vestingwerken. Bouwvormen en motieven namen ze over van het oudere Minoïsche Kreta, maar hun eigen bouwwerken zijn militairder: burchten, strijdwagens en achtvormige schilden. De muren van Mycene en Tiryns bestaan uit onbewerkte blokken en zijn tot 13 meter hoog en 8 meter dik. Latere Grieken dachten dat mensen dat niet gebouwd konden hebben en schreven het werk toe aan de Cyclopen; vandaar de term cyclopische muren. De Leeuwenpoort van Mycene, uit een verbouwing rond 1300 voor Christus, heeft een bovendorpel van achttien ton.
Vorsten werden begraven in koepelgraven of tholoi, opgebouwd uit ringen steen die naar binnen kragen, met gouden maskers en ceremoniële zwaarden. Heinrich Schliemann groef in 1876 in Gravencirkel A vijf gouden maskers op; dat hij er een aan Agamemnon toeschreef, is sindsdien weerlegd. In Sparta ging het later anders: daar stonden eeuwenlang geen stadsmuren en kwamen geen monumentale graven.
Linear B: wat de kleitabletten vertellen
Het schrift van de Mycenen heet Linear B en is een aanpassing van het Minoïsche Linear A van Kreta, waar rond 1450 voor Christus een Myceense elite het paleis van Knossos bestuurde. Michael Ventris ontcijferde het in 1952 en publiceerde erover met de taalkundige John Chadwick; Alice Kober had tot 1950 het voorbereidende puzzelwerk gedaan. De taal bleek Grieks te zijn, verwant aan het latere Arcadische en Cypriotische dialect.
De tabletten zijn geen literatuur maar boekhouding. Ze noemen graan, olie, vee en wapens, verdelen grondstoffen over werkplaatsen, registreren grondtoewijzingen en roepen krijgers en roeiers op. Aan het hoofd van die administratie stond de wanax, de vorst, met zijn troonzaal in de megaron. Dat we de tabletten nog kunnen lezen, komt door de branden waarin de paleizen ten onder gingen: de klei werd nooit gebakken om te bewaren, maar hardde in het vuur. Over de voorraden en het bestuur weten we daardoor veel, over wat de mensen geloofden of dachten weinig.
Waarom eindigden de paleizen rond 1200 voor Christus?
Tussen ongeveer 1250 en 1190 voor Christus kwamen de paleiscentra in twee golven van verwoesting ten onder; na de tweede was Mycene geen macht van betekenis meer. Een sluitende verklaring is er niet. Genoemd worden aardbevingen, droogte, overbevolking, interne opstand en invallen van buiten, waaronder de Zeevolken en de nu omstreden Dorische inval. De meeste overzichten houden het op een samenloop van oorzaken.
Het paleisstelsel verdween, de bevolking en de taal niet. Het schrift ging wel verloren: Grieks werd pas eeuwen later weer opgeschreven, toen met het alfabet. De herinnering aan de burchten bleef in verhalen bestaan, en toen de epen van Homerus in de achtste eeuw voor Christus hun vorm kregen, speelden ze in deze bronstijdwereld, met Agamemnon van Mycene als koning der koningen. Homerus beschrijft die wereld niet als ooggetuige: tussen de paleizen en de epen liggen ongeveer vier eeuwen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen de Minoïsche en de Myceense beschaving?
De Minoïsche beschaving is ouder en hoorde bij Kreta, de Myceense is jonger en hoorde bij het vasteland. De Minoërs schreven in Linear A, dat nog niet ontcijferd is; de Mycenen in Linear B, dat Grieks blijkt. Minoïsche paleizen waren grotendeels onversterkt, Myceense centra zijn burchten met zware muren. Rond 1450 voor Christus liepen de twee op Kreta in elkaar over.
Hoeveel tijd zit er tussen de Myceense beschaving en het klassieke Griekenland?
Ongeveer zeven eeuwen tussen het einde van de paleizen rond 1200 voor Christus en de bloei van Athene in de vijfde eeuw voor Christus. Daartussen ligt eerst de tijd zonder schrift, daarna de archaïsche periode waarin de stadstaten ontstaan. Tot Alexander de Grote is het bijna negenhonderd jaar.
Bronnen
- Mycenaean Civilization, World History Encyclopedia · De periodisering, de lijst burchten, de cyclopische muren, de handel en de verklaringen voor de ondergang · geraadpleegd 4 oktober 2026
- Linear B Script, World History Encyclopedia · De ontcijfering in 1952 door Ventris en Chadwick, het voorwerk van Alice Kober, de inhoud van de tabletten en het bewaren door brand · geraadpleegd 4 oktober 2026
- Mycenae, World History Encyclopedia · De ligging op de Argolische vlakte, de Leeuwenpoort, de Schatkamer van Atreus en de opgraving van Schliemann in 1876 · geraadpleegd 4 oktober 2026
- Mycenaean Greece, Engelse Wikipedia · Onafhankelijke controle op de chronologie, de rol van de wanax, de twee verwoestingsgolven en de donkere eeuwen · geraadpleegd 4 oktober 2026